SCHROEIPLEK

SCHROEIPLEK

Niet huilen, maar schrijven,
om wat voorbij is.

Niet later, maar nu,
die tijd in verzen vangen.

De dingen niet dwingen,
maar schikken en zingen.

Niet zeggen: tijd heelt,
maar toeslaan en dichten.

Schrijven is pijn herverdelen,
in achterklap van rijm.

Niet ongeremd, niet ongerijmd,
maar wonend in woorden.

Doodgewoon wonend en wachtend
op licht in het gedicht.

Tijd wijst uit.
Tijd wist weg.

Joris Denoo

PIM PANDOER, 1963

PIM PANDOER, 1963

Lang voor mijn zoon werd geboren,
een raket op de maan was geland,
scheen in het diepste geheim des avonds
door donkerste blaren een lamp.

Zij scheen, als in een wurmig jeugdboek,
doorheen de blaren. Ik rilde ingetogen.
Een heimlijke schim, kraag opgeslagen,
spoedde zich uit de lichtplas heen

naar niets. Dit was het geheime sein
voor avontuur, verpakt in wind en blaren.
Hier was duister gedoe aan de hand;
een stad in de greep van een onzichtbare.

Ik keek weer neer in mijn jongensboek.
De feu continu werd opgepookt.
Moeder werd moe. De vader zat rokend
te zwijgen, te horen en zien naar niets.

Wat zou het worden: ook speurder,
ook schrijver, of gewoon als de dood
de zoon van een vader? Die avond
werd in mijn hoofd een lamp aangestoken,
een blad omgeslagen: het werd allebei.

Joris Denoo

 

 

 

CANNED DEATH

CANNED DEATH

(Arctic National Geography)

Noordelijker dan hoge woorden
dan schuine regen in november Frieser
knevelt natte koude ieder eerst apart
en gijzelt later somberheid totaal:
iedereen.

Het is te laat voor hij die prevelt
in het barre noorden van zijn woorden:
van de woede der hongerberen & ijswinden,
verlos ons, o heer.

Voor ze sterven aan oerstomme loodvergiftiging.

(: Hij, 26, goedbewaarde grootvader,
blik op oneindig,
wordt driekwart eeuw later ontdekt
door zijn kleinzoon, 39)

Joris Denoo

GEZELLE, ZWIJGEND

Gezelle, zwijgend                      

‘Geen hersendolle koeien
en kunnen, zoo de wind nu doet,
zoo ongedoevig loeien.’

(Laatste Verzen, Buigen of Bersten)

 

Streuvelende bomen in het hazegrauw:
röntgens in het holst van winter,
leenroerigheid van lente, geflakker
van hoogzomer of kruidigheid van herfst.

De dichter is de dokter.
Wat schrijft hij in twijfelzonnige tijden
de bomen van dagen voor?

Voor de wilgen stilte,
die Frieser is dan het zinderen van zomer.
Voor de canada’s statigheid,
die sterker is dan het rillen van een kaarsenvlam.

Somtijds is de dichter ook priester.
De gezel die zegt:
voor twijgen is buigzaamheid geboden,
die op zijn sterkst is
als de wind eigenzinnig de kruinen bloemleest.

Zelf zweeg deze gezel
dertig jaarringen lang uitbundig.

Joris Denoo  (Laureaat Guido-Gezelleprijs voor Poëzie Brugge 2000)

KAMELOPEE

KAMELOPEE

Kamelen stappen in een trage karavaan.
Honden blaffen naar de moeë maan.
In het water ziet de maan de maan.

Kamelen stappen naar de waterput.
De honden janken naar de maan.
De maan valt suizend in het water.
Valt pardoes in het rimpelende water.

Voor de kamelen is de lange karavaan gedaan.

Joris Denoo

HIERNA

HIERNA

Huiver wandelt over kragen wanneer de wind
gezichten rimpelt en hoeden deukt.
Hij ruikt zoet en naar nat hout.
Bomen schuimen als een bladerzee.

Heeft een dode mens het ook soms koud?

De nabestaande die ik ben
ontkent dit ten stelligste.
Het kind knikt kort
en laat mijn hand los.

En nu naar het hiernamaal

mompelt het kind in mij.

Joris Denoo

 

HET VLAKKE LAND

 

HET VLAKKE LAND

Het vlakke land vraagt erom:
om een woord als langzaam.

Hij vangt er aan
en eindigt er niet.

Het is de wilsbeschikking
van het landschap,
zeg maar: langzaamschap.

Alleen de bomen komen overeind
om zijn dromen te begrenzen.

Hij: volstrekt.

Het zeker weten
dat noch zon noch tijd noch winter
ook maar iets bewegen
in het holst van zijn gebinte.

Joris Denoo

 

 

SONG FOR SOMEWHERE ELSE

 

SONG FOR SOMEWHERE ELSE                            

LIED VOOR ERGENS ANDERS

Refrein

Maar ik wil hier niet zijn.
Niet langer; niet later.
Als zanger; als pater.
Nee ik wil hier niet zijn.
Gebergte, geboefte,
Gedierte, getater.
Maar ik wil hier niet zijn.
Nee ik wil hier niet zijn.

Het regent op dinsdag in Rome.
Een paling lacht blauw in het groen.
In Londen vergast zich een dode.
Ik zou eens iets roods willen doen.
Vergrijzing in ’t zicht van de haven.
Het anker zo oud als een kanker.
En blauw als de plek in mijn leven
draait vierkant de wereld in ’t rond.

Verdomd nog an toe Katmandoe.
Ik brand van verlangen naar olie,
olijven en jakboter toe.
Veel wijven en zessen, tandoori.
Het westen ligt buiten – de resten
zijn eilanden, bijnieren, vijgen.
En vlakker dan Moeren, o makker,
en Frieser dan stilte is zwijgen.

Je pense donc je suis passe-partout.
My merry goes round in my head.
AA-melk en B-films en Serum
Novarum en http://www.zot.com.bébé.
Het wordt en het zal en het wil en
het moet en het kan zonder pil en
desnoods via tunnels o baby.
Je suis donc je danse aujourd’hui.

Joris Denoo

 

TESTBEELD EUROPA

TESTBEELD EUROPA                                                                       (625 aailijnen)                                           

(1° Premio Europeo Città Gemellata ‘Antonio Seccareccia’ Frascati, Provincia di Roma, 1999)

Hier, een wolkje melk, mijn muisgrijs huisdier.
Onze tuin is die van heden
en van Voltaire. Regen biggelt
van het keukenraam. Het testbeeld
van de kijkkast vertoont oorlogskleuren.

Hoe zie jij Brussel? Sarajevo?
Heb je weet van bewegingen van troep?
Kijk niet zo vorstelijk naar de koelkast,
jij met je negen levens:
de kalenders van de kanker gaan in druk,

Pantani laat het even afweten
en op het Plein van de Hemelse Vrede
liggen er Pekinese hondendrollen.
Is er nog hoop voor ons, mijn kleine roofdier?

We zien het voorverpakte wereldleed
instant op de buis – World Press Hapklaar.
Het gesperde nu op huiskamerformaat.
Het is een leerschool. Europa wacht,
in de achtertuin is het weer rustig.

Wat kies je: microgolf of vriesvak?
De kijkkast of de koelkast?
Hier, een brokje lever, Minoe.
Ik neem een kijkje in de tuin.
Let jij wat op het huis? De buis?

Joris Denoo

Monoscopio Europa (625 linee ondulate)                              

 (trad. Franco Paris)

Ecco, un goccio di latte, animale domestico grigio topo.
Il nostro giardino è quello di oggi
e di Voltaire. La pioggia scola
dalla finestra della cucina. Il monoscopio
del televisore mostra colori di guerra.

Come vedi Bruxelles? Sarajevo?
Mai sentito parlare di movimenti di truppa?
Non guardare cosi maestosamente il refrigeratore,
tu con le tue nove vite:
i calendari del cancro vanno in stampa,

Pantani per ora rinuncia
e sulla Piazza della Pace Celeste
vi sono cacche di cane pechinesi.
Vi è ancora speranza per noi, mio piccolo predatore?

La pena del mondo, già impacchettata, la vediamo
all’instante in tivvù – World Press Pronta da Mangiare.
Ora lo sbarramento in formatio soggiorno.
Si tratta di una scuola. L’Europa aspetta,
nel giardino dietro la casa è tornata la calma.

Che cosa scegli: microonde o vano congelatore?
Il televisore o il refrigeratore?
Ecco, un pezzetto di fegato, Minoe.
Do un’occhiata in giardino.
Alla casa ci pensi tu? Alla tivvù?

Joris Denoo

(Bekroond gedicht n.a.v. poëziewedstrijd Zustersteden Kortrijk.
Uitreiking in Frascati, Italië – Antonio Seccareccia Prijs)

 

 

 

ZWINNEGEBED

ZWINNEGEBED                                           

VAN DE ANTONIE VAN LEEUWENHOEK VRIENDENKRING

                      

                               Lector

Heilige Blaag, Heilige Balg, Heilige Blaas,
Bisschop onder de Beesten, Buil van het weten,
Telg van Gestreepte Ever & Wild Zwijn,
Wroeter in Lage Streken, Eregast in de Vitrine:
maak Uw beloftes van kop tot staart waar.
Wij verkavelen Uw topzwaar lijf
in grote partikels, tot een feest van vlees,
van bloed & weten.
Gij deinst niet; Gij peinst vooruit.
Ondanks Uw zware ongemakken
en Uw dagelijks gevecht om voer
ziet Gij vooruit in de wereld van de beesten.
Gij hebt de pest aan middelmaat
en graaft onder de boom der kennis
naar de navel van de aarde,
deze blauwste plek in het heelal,
naar de truffel die de grondwet
van het beter weten weder doet ontstaan.
En als het genadeschot is uitgestorven,
laat Gij een heilige schroeiplek
op dit ondermaanse van de mensen na.

Porcenses

In Uw geest & vlees willen wij leven.
Uw spek is voor elke bek.
Met Uw lijf & leden betaalt Gij het gelag,
en elk varken kent verdomd zijn oordeelsdag.
Daarom bidden wij allen samen:
ons koninkrijk voor Uw gezouten gedachten,
amen.

Joris Denoo


LA PRIERE DE COCHON      

                               Lector

Saint Voyou, Sainte Panse, Saint Bidon,
Echevin parmi les Bestioles, Bubon plein de Compétence,
Cousin du Sanglier et du Marcassin,
Fripouille qui fouille dans les Bas-Fonds:
Tu tiens tes promesses, de Ta Tête à Ton Cul bien rond.
Nous nous la partageons, Ta Carcasse charnelle,
en gros Quartiers, dans un grand Festin
de Sang et de Comprendre.
Tu ne recules pas; Ton Regard perdu dans ce qui vienne.
Malgré une Vie chargée de Menaces
Ta Lutte continue pour Ta Bouffe.
Tu vois l’Eternel dans ce Monde bestial.
Tu ne vis que pour le Bien, tu ne vis que pour le mal,
En en cherchant le Noyau de cette Terre
en creusant Ton Trou sous l’Arbre du Bien, du Mal,
Tu y trouveras la Truffe qui fera ressuciter
La Loi du Savoir-Vivre.
Quand, sur cette Terre de Bornés
L’Echo de Ton Coup de Grace se sera éteint,
Tu nous y laisseras, avec ta Brulure sacrée.

Porcenses

Dans cet Esprit, dans cette Chair, vivre nous voulons
Ou tes Délices sont des Perles qu’on ne donne qu’aux Cochons.
Aujourd’hui, cette Bande t’honore,
Avec Ton Corps et Ta Graisse Tu nous inspireras,
Mais sache, oh Porc, ton Dimanche, il viendra.
Notre Royaume pour Tes Pensées,
Amen.

Joris Denoo