HIERNA

HIERNA

Huiver wandelt over kragen wanneer de wind
gezichten rimpelt en hoeden deukt.
Hij ruikt zoet en naar nat hout.
Bomen schuimen als een bladerzee.

Heeft een dode mens het ook soms koud?

De nabestaande die ik ben
ontkent dit ten stelligste.
Het kind knikt kort
en laat mijn hand los.

En nu naar het hiernamaal

mompelt het kind in mij.

Joris Denoo

 

Advertenties

HET VLAKKE LAND

 

HET VLAKKE LAND

Het vlakke land vraagt erom:
om een woord als langzaam.

Hij vangt er aan
en eindigt er niet.

Het is de wilsbeschikking
van het landschap,
zeg maar: langzaamschap.

Alleen de bomen komen overeind
om zijn dromen te begrenzen.

Hij: volstrekt.

Het zeker weten
dat noch zon noch tijd noch winter
ook maar iets bewegen
in het holst van zijn gebinte.

Joris Denoo

 

 

SONG FOR SOMEWHERE ELSE

 

SONG FOR SOMEWHERE ELSE                            

LIED VOOR ERGENS ANDERS

Refrein

Maar ik wil hier niet zijn.
Niet langer; niet later.
Als zanger; als pater.
Nee ik wil hier niet zijn.
Gebergte, geboefte,
Gedierte, getater.
Maar ik wil hier niet zijn.
Nee ik wil hier niet zijn.

Het regent op dinsdag in Rome.
Een paling lacht blauw in het groen.
In Londen vergast zich een dode.
Ik zou eens iets roods willen doen.
Vergrijzing in ’t zicht van de haven.
Het anker zo oud als een kanker.
En blauw als de plek in mijn leven
draait vierkant de wereld in ’t rond.

Verdomd nog an toe Katmandoe.
Ik brand van verlangen naar olie,
olijven en jakboter toe.
Veel wijven en zessen, tandoori.
Het westen ligt buiten – de resten
zijn eilanden, bijnieren, vijgen.
En vlakker dan Moeren, o makker,
en Frieser dan stilte is zwijgen.

Je pense donc je suis passe-partout.
My merry goes round in my head.
AA-melk en B-films en Serum
Novarum en http://www.zot.com.bébé.
Het wordt en het zal en het wil en
het moet en het kan zonder pil en
desnoods via tunnels o baby.
Je suis donc je danse aujourd’hui.

Joris Denoo

 

TESTBEELD EUROPA

TESTBEELD EUROPA                                                                       (625 aailijnen)                                           

(1° Premio Europeo Città Gemellata ‘Antonio Seccareccia’ Frascati, Provincia di Roma, 1999)

Hier, een wolkje melk, mijn muisgrijs huisdier.
Onze tuin is die van heden
en van Voltaire. Regen biggelt
van het keukenraam. Het testbeeld
van de kijkkast vertoont oorlogskleuren.

Hoe zie jij Brussel? Sarajevo?
Heb je weet van bewegingen van troep?
Kijk niet zo vorstelijk naar de koelkast,
jij met je negen levens:
de kalenders van de kanker gaan in druk,

Pantani laat het even afweten
en op het Plein van de Hemelse Vrede
liggen er Pekinese hondendrollen.
Is er nog hoop voor ons, mijn kleine roofdier?

We zien het voorverpakte wereldleed
instant op de buis – World Press Hapklaar.
Het gesperde nu op huiskamerformaat.
Het is een leerschool. Europa wacht,
in de achtertuin is het weer rustig.

Wat kies je: microgolf of vriesvak?
De kijkkast of de koelkast?
Hier, een brokje lever, Minoe.
Ik neem een kijkje in de tuin.
Let jij wat op het huis? De buis?

Joris Denoo

Monoscopio Europa (625 linee ondulate)                              

 (trad. Franco Paris)

Ecco, un goccio di latte, animale domestico grigio topo.
Il nostro giardino è quello di oggi
e di Voltaire. La pioggia scola
dalla finestra della cucina. Il monoscopio
del televisore mostra colori di guerra.

Come vedi Bruxelles? Sarajevo?
Mai sentito parlare di movimenti di truppa?
Non guardare cosi maestosamente il refrigeratore,
tu con le tue nove vite:
i calendari del cancro vanno in stampa,

Pantani per ora rinuncia
e sulla Piazza della Pace Celeste
vi sono cacche di cane pechinesi.
Vi è ancora speranza per noi, mio piccolo predatore?

La pena del mondo, già impacchettata, la vediamo
all’instante in tivvù – World Press Pronta da Mangiare.
Ora lo sbarramento in formatio soggiorno.
Si tratta di una scuola. L’Europa aspetta,
nel giardino dietro la casa è tornata la calma.

Che cosa scegli: microonde o vano congelatore?
Il televisore o il refrigeratore?
Ecco, un pezzetto di fegato, Minoe.
Do un’occhiata in giardino.
Alla casa ci pensi tu? Alla tivvù?

Joris Denoo

(Bekroond gedicht n.a.v. poëziewedstrijd Zustersteden Kortrijk.
Uitreiking in Frascati, Italië – Antonio Seccareccia Prijs)

 

 

 

ZWINNEGEBED

ZWINNEGEBED                                           

VAN DE ANTONIE VAN LEEUWENHOEK VRIENDENKRING

                      

                               Lector

Heilige Blaag, Heilige Balg, Heilige Blaas,
Bisschop onder de Beesten, Buil van het weten,
Telg van Gestreepte Ever & Wild Zwijn,
Wroeter in Lage Streken, Eregast in de Vitrine:
maak Uw beloftes van kop tot staart waar.
Wij verkavelen Uw topzwaar lijf
in grote partikels, tot een feest van vlees,
van bloed & weten.
Gij deinst niet; Gij peinst vooruit.
Ondanks Uw zware ongemakken
en Uw dagelijks gevecht om voer
ziet Gij vooruit in de wereld van de beesten.
Gij hebt de pest aan middelmaat
en graaft onder de boom der kennis
naar de navel van de aarde,
deze blauwste plek in het heelal,
naar de truffel die de grondwet
van het beter weten weder doet ontstaan.
En als het genadeschot is uitgestorven,
laat Gij een heilige schroeiplek
op dit ondermaanse van de mensen na.

Porcenses

In Uw geest & vlees willen wij leven.
Uw spek is voor elke bek.
Met Uw lijf & leden betaalt Gij het gelag,
en elk varken kent verdomd zijn oordeelsdag.
Daarom bidden wij allen samen:
ons koninkrijk voor Uw gezouten gedachten,
amen.

Joris Denoo


LA PRIERE DE COCHON      

                               Lector

Saint Voyou, Sainte Panse, Saint Bidon,
Echevin parmi les Bestioles, Bubon plein de Compétence,
Cousin du Sanglier et du Marcassin,
Fripouille qui fouille dans les Bas-Fonds:
Tu tiens tes promesses, de Ta Tête à Ton Cul bien rond.
Nous nous la partageons, Ta Carcasse charnelle,
en gros Quartiers, dans un grand Festin
de Sang et de Comprendre.
Tu ne recules pas; Ton Regard perdu dans ce qui vienne.
Malgré une Vie chargée de Menaces
Ta Lutte continue pour Ta Bouffe.
Tu vois l’Eternel dans ce Monde bestial.
Tu ne vis que pour le Bien, tu ne vis que pour le mal,
En en cherchant le Noyau de cette Terre
en creusant Ton Trou sous l’Arbre du Bien, du Mal,
Tu y trouveras la Truffe qui fera ressuciter
La Loi du Savoir-Vivre.
Quand, sur cette Terre de Bornés
L’Echo de Ton Coup de Grace se sera éteint,
Tu nous y laisseras, avec ta Brulure sacrée.

Porcenses

Dans cet Esprit, dans cette Chair, vivre nous voulons
Ou tes Délices sont des Perles qu’on ne donne qu’aux Cochons.
Aujourd’hui, cette Bande t’honore,
Avec Ton Corps et Ta Graisse Tu nous inspireras,
Mais sache, oh Porc, ton Dimanche, il viendra.
Notre Royaume pour Tes Pensées,
Amen.

Joris Denoo

 

 

 

 

WEST-VLAANDEREN

WEST-VLAANDEREN                                              

(Vier gedichten ook verschenen in Nieuw Wereld Tijdschrift 1994-01)

1

Mijn westen. En wat daarbuiten ligt:
een zee, de ene wang van Nederland,
de kont van Frankrijk. De monokini
was hier ’t eerst, en de frigobox, hoezee.

In dorpen met gebroken dorpels
wordt zoveel klare wijn geschonken
dat iemand ogen op zijn gat krijgt:
hij ziet alles, iedereen, en bovenal zijn God.

Van Adinkerke tot Outrijve,
van Abele tot in Knokke-Zoute,
zit een opgeruimde middenstand
met tombola’s en zegeltjes te zwaaien.

En in Kortrijk woont een hofleverancier
van textiele jasjes en gedurfde dasjes
voor de kooplui uit het wijze oosten.
O mijn westen: iedereen doet er zijn best.

2

Godbewareme als het niet waar is.
Kijk maar naar de grote schrijvers:
Gezelle! Streuvels! Snoek! En Claus! Zeg mij:
welke lage streek heeft zoveel te vertellen!?

Zijn het niet de Duitsers en de Brusselaars
die onze stranden zo vervuilen!?
Ha, ze zouden lachen met ons dialect,
maar hier zelf hun maandverbanden

en hun dozen Nivea in onze Noordzee lozen!
Dat is nu precies de pest in dit westen:
de chichi komt hier de prijs dicteren
en wij zitten met hun etensresten.

3

Maar ja, ons nijvere zuiden zei
dat het Texas was, met een groot tekort
aan werkloosheid. Zelfs de koeienstaarten
schudden van de elektriciteit.

En aan onze kusten bouwden ze
zoveel Babels als er baden waren.
De tongval werd een stom gebabbel
over centen en gestruikel over krenten.

Geen wonder dus dat ze als de vliegen kwamen
op de vette vlaaien uit de verre Kupe.
En Varsenare knarsetandt.
En Brugge opent nog een winkelpand.

4

En Ensor doet zijn venster dicht.
En Permeke sluit zich op in Jabbeke.
En Streuvels loopt in Antwerpen
te koekeloeren naar de hoeren.

Want binnen handbereik en buiten westen
liggen de still’ en ware dingen
waar de echte dichters over zingen.
Hoe zouden die van ’t oosten zich anders troosten?

O mijn westen. Mijn ansicht met de boetezegel:
moederkoek uit ’t vaderland, het navelstrenge
kaarsenvet, de Groote Oorlog spookt hier
het langst, het ergst, en de dood, en angst.

Joris Denoo

TWEE DROMEN

TWEE DROMEN

MIRZA

Mijn hond woont in de winter:
een ijstijger met haren pakje aan.
Ik ben een trage trapper in de sneeuw.
Op mijn slede liggen spek en bonen.

Ginder kringelt rook uit een schouw.
Dat is vast een warme keet
waar ze straffe whisky schenken
in deze woestenij van sneeuw en bomen.

‘Het Hoge Noorden is best gezellig’
brom ik met een diepe kelderstem.
De barman knikt. Ik zet mijn muts af
en wrijf stevig in mijn ruige handen.

‘Hoe heet je hond ook weer?’ vraagt
een bloedmooi meisje bij de kachel.
Net als ik in haar ogen kijk
en ‘Mirza’ zeggen wil, word ik wakker.

O jee.
Wat een afknapper.


GALGENMAAL

Een kraai wiekt door de lucht.
De zon zakt bloedrood tussen wolken.
De avond valt. Ik tel de uren in mijn cel.
Mijn maag rommelt als een trommel; ik kokhals.

Dat geklop komt niet van een specht:
een gespierde timmerman bouwt
vlakbij een schavot voor mij. Een boze kok
slijpt een valmes de breedte van mijn hals.

Rodekool: mijn purperen doodvonnis.
Mijn leven rolt zich als een film
voor mijn ogen af: ijs en hamburgers,
kroket, ketchup en friet. Maar dit!

De doodstraf wacht. Ik ben dapper.
Straks komt de gevangenisaalmoezenier.
Ik ben niet te bekeren. Hij mag mijn rodekool.
Of de cipier. Vaarwel, vanuit mijn dodencel.

Maak mij nu echt maar weer wakker.
Het is genoeg geweest.

Joris Denoo

 

LIEFSTE

 

LIEFSTE

(Brief aan mijn oud meisje)

We hebben de datumgrens overschreden,
liefste,
wat zullen we doen met de dode tijd?

Hoeveel schrikkeljaren zijn we al samen,
liefste,
en vieren we dat met een dagje uit?

Wanneer was het ook weer dat je zei,
liefste,
ik zal je nooit ofte nimmer vergeten?

Waarom wek je me niet meer op tijd,
liefste,
ik word ouder en krijg het steeds kouder.

Wat dacht je van een staande klok,
liefste,
die het bonzen van ons hart bezweert?

Zullen de jaren rimpelloos toeslaan,
liefste,
of gaan we het leven te lijf?

Worden we wijzer met de jaren,
liefste,
of zijn het de wijzers die veinzen?

Kunnen wijzelf ons nog verwarmen,
liefste,
terwijl de aarde aan het koken gaat?

Dat alles wou ik je nog vragen,
liefste,
vlak voor mijn hart het begeeft.

Joris Denoo

LINKERHART

LINKERHART

Zo één te schrijven: als een handschoen
over vingervlugheid, maar traag, traag.
Zeker van de koude daarbuiten
en dat het hier warmer moet blijven.

Zo één te drukken: eerlijk en durend,
ook al sneeuwt het vraagtekens.
Eén voor alle tijden, waar geen maat
op staat, een eeuwige afdrager.

Zo één die past op de leest
van gemoed, gewogen tot op de gram
en net niet te dicht bevonden
door al wie regelmatig leest.

Geef me die hand, dat gedicht.
Het moet als een huid over huiver
schuiven en bevatten wat niemand
kan zeggen of schrijven.

Het moet beklijven.
Een hand op een linkerhart.

Joris Denoo

(Uit de bundel Linkerhart, Poëziecentrum Gent 2000, in manuscriptvorm bekroond met de Vijfjaarlijkse Guido Gezelleprijs 1999 van de stad Brugge.)

BALLADE VAN DE DODE MOEDER

BALLADE VAN DE DODE MOEDER

Ze is nu ongeneeslijk dood.
Ondanks de dingen die haar omringden.

Haar panorama op de straat
is niet langer meer bewasemd.
De kookpot op het koude vuur
wijst steels naar af.

In het tuinhuis heerst nog oude munteenheid.
Een spin vergist zich van seizoen.
Geen appelgeur waait aan; het is stof
dat schrikt door binnenvallend licht.
De dingen lijken er nu nog net even te willen zijn.

Ik, de ongestorvene,
zal daar wellicht nog wat aan moeten doen.
Ontfermend zal ik hun rouwregister tekenen.

Ze zijn immers niet meer van haar,
Allerdingenmoeder.

Zo, dat was het.
What can we do?
Dag ma. Moeder van me.

Joris Denoo