ONRIJM

ONRIJM

onbezonnen schenenvuur vlammenwerper
augusthuis van summer sudder eierdooier
dobberend in apegapend grieksblauw zwerk
druiventrossen bloeden purper als gekwetter
ze bestookt met scherp rotting in de vijvers
overdaad en stroop blader verder na de blaren
en de blossen oker pokert met de schraaltezon
pâté feuilletée reutemeteut gekruld te gronde
de heksen van de herfst verschrapen bezems
blubber binnenkort en kraaknette kaaltekruinen
röntgenfoto’s staven donkerte der dagen
kil gebinte koud gebeente nerven stervend
het plooit het vouwt het krult het kreukt het krimpt
vreselijke vries met pet en pret aders van ijs
verblauwd als wintermelk spiksplinter schilferfeest
knisper en vanillevreugde weer zoet verstreken
pleidooi weldra voor bot en knop en sap
de daver in de dagklapper wordt palaver
ontwinterd duikt gevederte een luftwaffe
appartemensen vuren wederzijdse bloemen af
kadaver begraven magnolia mimosa en dan
daar weer de speren van de zonnewagen

JORIS DENOO

THE DUTY AND THE BEAST

THE DUTY AND THE BEAST

De nacht is blauw als wintermelk.
Van een lichtend donker is hij.
Het gedicht glimt als een greepje schemer.
Kou gloeit op; warmte rilt als vanouds.
Laat alles met rust. Kom er niet aan.
Het bewijs van falende geneeskunst
is het geblikker van het scalpel.
Het is mijn verdomde plicht
koorts te hebben en een gedicht
ondood weer te doen leven.
Mijn hond woont in de winter
en houdt de wacht bij de nacht.
Als ik blauw doe rijmen met jou,
dan huilt hij als een hyena.
Maar als ik als dokter bewijs
dat hij ongerijmd niets hoeft te vrezen,
dan verklaar ik plechtig bij dezen
dat wij beiden zijn genezen.

JORIS DENOO

EEN KOEK VAN PROUST

EEN KOEK VAN PROUST

Zo’n zondag – de uren na de noen,
het kan winter zijn, lente of iets anders.
Een radio – het moet een radio zijn –
staat aan en zorgt klassiek en zacht
voor het perfecte achtergrondbehang
van zo’n zondag op de uren na de noen.

Je hoort het nauwelijks maar het is er wel.
Een stem, een strijkje, iets met hoge noten
uit een ver verleden lijkt het even maar,
waardoor je op zo’n ellenlange zondag
door de uren na de middag wordt geloodst
met herinnering en zielenzalf.

Maar ben je daar wel zeker van? Nee:
het zorgt niet voor de rust van het herkennen,
maar het raakt beslist een snaar van weleer.
Er was iets, onzeker weten, zo lang geleden,
of was het niets: een wafel, de rook van een sigaar,
iets ouds wat nu weer jong wordt na de noen.

Het kan ook een onbesuisde windvlaag zijn,
ongecomponeerd gefluit langs een omheining,
die ene schrille uithaal van een krekelstem,
het geknisper van lichtblauw pakpapier
of een zeker weten déjà vu vergeten
van een vouw in de verleden tijd.

Daar dient zo’n zondag voor, zeg je dan.
Maar het blijft hangen, als gefilterd licht
in takken. Je weet het niet en wel
dat het weer daar kan zijn omdat het
altijd is geweest en nooit meer niet kan zijn.
Misschien zijn we voor zoiets veel te klein.

Joris Denoo

HOND

HOND

Volle stilte staat op hoge poten
zeer sterk bij geen mens te wachten.
Te bolle woorden uit vierkante verte
worden op herfstgeblaf onthaald.

Hij staat het dichtst bij hen,
maar heeft hen veel ontnomen.
Hij heeft van hen zijn les geleerd,
maar zij zijn bij de neus genomen.

Het is zonder meer een sfinx:
hij kijkt niet om, niet rechts, niet links.
Hij heeft de mensheid trouw beloofd,
maar gaat er niet bij liggen.

Ook niet als zij hem zolang in de ogen kijken
totdat zij op hem gaan lijken.
Want die hond heeft maar één meester,
dat beest gehoorzaamt slechts één hand.

Zo doen de kleine oren ook geloven
dat hij iets heeft opgevangen.
Het is niet waar; het zijn twee spitse listen:
ze willen enkel maar verdoven.

Want hij luistert met zijn hele lijf
in een landschap vol met doven.
Het is een hond die weet: ik sta
op grond, bereid, frontaal, gereed.

JORIS DENOO



JAMES ENSOR REIST NAAR HET LIJSTERNEST

JAMES ENSOR REIST NAAR HET LIJSTERNEST

De wang van een land waar een kleine zee
de scheerplicht op uitoefent.
Slaan en strelen,
een acrostichon uitsmeren
over korte kilometers badplaatsen.
Lees van oost naar west
en van west naar oost;
het raden naar de rest.

Oostende bloeit en bloedt
en bloost. James Ensor, schilder,
reist naar Het Lijsternest.

De Moordzee achter de rug.
Resten van vroeger in dit verre westen.
Hij moet deuren van dorpen openduwen.
Hij moet de tongval van dorpers vertalen.
Er zijn jongens die van hardrock houden.
En meisjes van de kantkloskunst.

Al wie hier schreef die bleef beroemd,
maar buiten beeld. ‘Er zijn geen onderwerpen,’
mompelt Ensor, ‘er is alleen het licht.’
Klapt hij daarom te Oostende dat spiedluik open?
Is het te donker op het vasteland?
Liever halve stad en waterkant?

Nu reist hij verder: de penselen opgeborgen.
Die aap van een Lateur, schrijver,
zal wel weer ‘niet thuis’ geven.
Een bakker die wakker werd
uit zijn voorgeknipte sjabloon.

Intocht van Ensor in IJvegem!

Verder niks te melden,
alles doodgewoon provinciaal.

O! De lijster staat verstolen achter ’t raam.
Gevarendriehoek in de top
van het huis als een schip.
Stokheer, geus en katholiek.
Vinkenier bijwijlen.

James nadert in een langzaam voertuig.
Klopt dan aan, maakt zijn opwachting:
de lijster is gevlogen.

O! Hij vloekt in alle kleuren.
Hij zet een masker op dat alles zegt.
Zo, weer niet thuis, Lateur!?
Achterdeur! Hij klopt nu als een specht.

‘LATEUR! Doe open die deur!
Ik weet dat je er bent!
Ik breng je vorm, jij bent de vent!’

Waarop…

‘ENSOR! Aangeklede krent!
Onderaardse regenworm
die mijn geschriften niet eens kent!’

Dat doet de deur dicht.

‘Geen onderwerpen,’ zegt Ensor peinzend.
‘Er is alleen het licht.’

Hij gaat dan terug naar de kust,
verder peinzend over schrijvers
die afwezigheid veinzen.

JORIS DENOO

REJOYCE

REJOYCE, VIRGINIA                                     

Virgina (verschrikt) ziet, hoort:

‘De taal is gansch het volk !’

had de Uitbundige graag geslaakt, maar men kan enkel één woord op één tel terdege slaken & bevrijden uit de krochten van adempijp en slokdarm, zodat hij zich tevreden dient te stellen met schorre schilfers aan zijn strottenhoofd ontlokt:

                                                                                         ‘De taal is gansch het volk !’

/ … / roepen / … / schreeuwen / … / tieren / … / brullen / … /

… en het woord zal c.h.i.p. worden op het aambeeld van de communicatie …  

(sciencefiction, sciencefriction, satisfiction)

bv.

< slogankunde >

Bedrijf een kerstmisdaad !

Verbrand alle teddyberen !

Berouw dat medeleven !

Schop het schoolkonijn !

Berokken Bambi een oorlog !

Opschonen dat koetjeswaals !

Bak oma een assepoets !

Ban uit de letterenkunde alle uitroeptekens !!

Klaag verkleinwoordjes aan die langer zijn dan hun grondwoord !

Struikel niet langer over verkleinwoorden en onderdeuren !

Val niet in lilliputten bij het limbodansen !

Uitlepelen die linkerhersenhelft ! De volledige 23 % !

… en het woord zal strip worden op het aambeeld van de communicatie …

(sciencefiction, sciencefriction, satisfiction)

bv.

< stripteasing >

Laten we ze de pas afsnijden !

Aan het smeulende vuur te zien, hadden de mannen een halve dag voorsprong …

Niets liet vermoeden dat …

EEK !!

Inmiddels … Neem de reep maar, Vic. Als je honger hebt, is dit geen stelen.

Ze beschreven een omtrekkende beweging.

Eind goed, al goed !

‘Paardheid is de watheid van het alpaard,’ zo citeerde/doceerde nochtans de Uitbundige terecht, want een kwartier voor zijn dood was hij nog in leven.

(Begrip bij Virginia, uiteraard).

Nu is hij naar Papaniemandsland opgehoepeld.

Zag je hem ooit met meer dan twee kleuren?

(De hoeveelheid van de veilige meerderen?

De veiligheid van vele meerderen?

De meerderheid van veel veiligheid?)

Neen.

In bevenden lijve: geruis van bloed in een zeeschelp.

In levenden lijve: geruis van zee in een oorschelp.

Somtijds kamermuziek van halfvolle glazen.

Immer een strenge navel torsend.

Kende hij bijvoorbeeld de diepe hitte van look?

Eh …

Toch aan Maarten de pijp, ondanks Uitbundigheid.

Talloos & taalloos blijven wij achter.

De dichter is dood. De Uitbundige. De Tweekleurige.

One liner: zo, dat was het. (11 letters, 4 woorden, 2 leestekens, 1 leven).

Vergeet ook niet:

1. Geef het kind een lege tiet en het komt vol wind te zitten.

2. Een beweging heeft geen tijd nodig, maar neemt die wel in beslag.

‘Dag dichter,’ mompelt Virginia bij de onderdegrondstopping, ‘ik heb langere serpentines in mijn hoofd dan uw achterklap op rijm.’

Ze kijkt naar het kruis op het graf en denkt: S A T I S F I C T I E

{ Intussen,

in deze elementaire wereld }

01 { Salie en Rozemarijn begrijpen elkaar perfect.

Volkomenheid in de pan. Vleselijk lekker.

Eerst een woordje tot God richten. Het is grappiger in het Latijn.

Praise the Lord, pass the Ammunition }

02 {{ Het huwelijk tussen Lotte en Zalm daarentegen, op een bedje van Prei,

verloopt niet zo goed. }}

‘Een vleermuis beet mijn rechterpink eraf, daardoor begon ik te schrijven. Ik ben linkshandig.’

                       < pas op voor de dichter

                          of je ligt er >

 ‘Ik, ik word al jaren gekweld door de nachtmerrie van Refugio het Woedende Schaap. Daardoor begon ik te drinken.’

                       < het is stil in dit gedicht

                          ik mis je gezicht >

Now we have a room of our own.

Now we have separate rooms with another view.

Het leven op aarde ligt bezaaid met huwelijken }}

                                                                                                                                     Virginia

denkt er het hare van.

Geklater van water alom. Albion is een groot eiland, schier een werelddeeltje. Angelland is een goede biotoop om te schrijven, omklaterd door weeën & baren. Zilt in de pen. Zout op de huid. Vis en schaap. Enkele oude dichters die vooral dood zijn. De Uitbundigen ( … )

JE KUNT ECHTER VAT KRIJGEN OP SCHELVIS EN SAUCIJZEN DOMWEG DOOR ZE OP TE SCHRIJVEN

                                                                           Biografie van een huishondje, neem nou.

( … ) Als een kottertje dat slagzij maakt op de rimpelende wateren van bedompte wijdvertakte mistroostigheid ( … )

gemarmerd Italiaans papier

                          het beweegt als aardegroen water

                                                            als je er lang genoeg op staart

anker, amper, kanker:   Bloomsbury

                                      Richmond   

                                      Lewes

                                      Rodmell

                                                       Het was nooit goed & Het kwam nooit meer goed.

ReJoyce, Virginia, want soms is het snikheet in december, bezoeken vogels de bomen en bijen de Bloomende bloemen. Jammer dat Hogarth het manuscript van J.J. weigert. HIJ kent nochtans de diepe hitte van look, de watheid van het alpaard en de witheid van witheid. In 1941 sterft de helft van de Angelse letterenkunde.

Er is nog de tuin.

Er is nog het verre gezoem van London.

Er is nog de geur van teer op perrons.

Who’s afraid of this genderbender?

                    Our Virginia has been translated into your Woolf.

              (: tussen Virginia (E) en Woolf (A) ligt Atlantisch Water:)

                               De Ouse wacht. Altijd.

                                                                                  De beste dichters zijn dood.

                           Geruisvanbloedineenzeeschelp & Geruisvandezeeineenoorschelp

Er is veel onbegrijpelijks en ongrijpelijks. Virginia zoekt het in satisfictie.

                          Refugium

                          Refugium

                          Refugium

                          Refugium

( Ik heb telkens dezelfde droom, merrie: Refugio het Woedende Schaap op een weide // gras is er niet // harde gebarsten ondergrond // zoals bij hittedroogte // dreiging van het Schaap // ik kom de woorden ‘sssssscheepswol’, ‘sssssschaapskool’ en ‘steengrassssss’ te weten & raak er in paniek door // een geel opgloeiend puntje in een beangstigend trapezium wordt steeds groter en kleiner // modder in mijn mond // he trapeziu bestaa ui wate // t  m  t  t  r  // ssssssssssssss )

x 4 ?  5 ?

Huishouden wordt boekhouden van zwarte dromen. Droomhouding.  

Virginia (verschrikt) ziet, leest:

^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^

^                                                                                                                                                  ^

^            Op het moment dat Mortimer ter hoogte komt van de brandweerwagen,         ^

^            geeft deze gas en rijdt hij het terrein van Buckingham Palace op!                   ^    

^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^

***************

*  Damned ! *

                                                                                                                                                               ***************

~~~   aqua                   

               aquavite

                           aquaduckt

                                          aquaduckionnaire

                                                                     aquarellogram

                                                                                         aquasi

                                                                                                  aqua  ~~~~~~~~~~~~~~~~~~                 

hetwaterindevaasvoordebloemenvanmrsdallowayhetwaterindevaasvoordebloemenvanmrsdallowayhetwaterindevaasvoordebloemenvanmrsdallowayhetwaterindevaasvoordebloemenvanmr

                                      //  ik kan niet

                                          zonder klaar water

                                          wie zonder kan

                                          hij werpe de eerste steen  //

WAT RIMPELT HET ?

– de diepte

– de wind

– een steen

                        The world is changing. De wereld wordt vloeibaar. I don’t want

                         to be or not to be a part of it. Ik kijk toe. I just write it down.

[ [  intro  ] ]

[ And who(m) should be (sitting/seated) with his (flesh/flashback) against the fountain but Solferino Espa? Solferino Espa.

And who(m) by fire?

And who(m) by water? ]

[ De smaak van water – iedereen is het er over eens – is de smaak van water.

 Het geluid van water – over smaak valt niet te discussiëren – is elke seconde weer anders.

  Geklater.              Gekletter.                Rust.                   Onrust.

Solferino deed zijn ogen dicht en zag Solferino zitten. Solferino bij de rode fontein.

  ‘Ik wil niets meer. Alleen dit.’

  ‘Laat dit het zijn. Deze zomerseconde. Deze secondezomer.’

  ‘Laat het dit zijn. Deze secondezomer. Deze zomerseconde.’

  Gebed geeft ordening aan de dag, de nacht.

  Zeg maar, bid maar: repetitie.

                                          klsh      klsh      klsh      klsh

                                          sprw     sprw     sprw    sprw

                                          klsh      sprw     klsh     sprw

                                          eeqsw    eeqsw    eeqsw    eeqsw

                                          sprlp      sprlp      sprlp      sprlp

                                          eeqsw    sprlp      eeqsw    sprlp

                                          klsh       sprw       eeqsw    sprlp

                                          w  ateateateateateateateateate  r

                                          w  ate ate ate ate ate ate ate ate r

[ Solferino prevelde binnensmonds en gaf ordening aan het water zijn gedachten zijn zijn zijn deelname aan het woeden van de dag de stad zijn zijn kortom zijn zijn zijn zen. ]]

[ Moskoude woei hem in het gezicht/gelaat. Hij liep door de straat met zwarte sneeuw. Sedert 1917 liep hij door deze straat met de zwarte sneeuw: Russisch-Orthopedisch. Het licht van drie samengestrikte kaarsen kon eeuwen duisternis niet verdrijven. Hij mankte in een groot land.

Poetin of RaspoetinChocotoff of Romanov of Molotov – men mankt, men minkt. Men is een undercollar pope – van buiten zwart, onderhuids zwart. Geblakerd, rood, trots. Rust. Rots. Rood.

 Magenta – Solferino – Magenta – Solferino – Magenta – Solferino – Magenta – Solferino     

  Espa Vespa Vespers

  Metten.

  Korte.

            Ik ben niet gek.

            Het zijn de stemmen.

            Het zijn de stemmen die me.

            Het zijn de stemmen die me gek maken.

                                                                                                   Ik heb stenen nodig ]

[[[ Outtro ]]]

[ Nightingale

        Too late a tale

                    Nightinglate

                             Lightinggate

                                       Nightling

                                              Lightning

                                                      Water …

                                                           Water ..

                                                                Water.

Natuurlijk dat zo’n sterven in de boeken gepreludeerd wordt, natuurlijk.

                                  Shelley:  tempeest                                      (zo Engels)

                                  Tolstoi:   station                                          (zo Russisch)

                                  Rilke:                   (zozo)

Laten we nu de boeken maar sluiten of er wordt alom gestorven.

JORIS DENOO

KERSEN ETEN MET FRIDA BOCCARA

KERSEN ETEN MET FRIDA BOCCARA

Met 33 toeren was het zoals met 78 toeren:
alles vertrok en keerde terug in 69,
draaiend om de navel.

Mens op de maan.
M/V in vuur en vlam.
(X nog onbekend).

Maar wij hadden ongecomponeerde noten
en klankkoortsige snaren.

Bert en Ernie schoten voor het eerst met kersenpitten.
Un jour un enfant terrible miste Woodstock op een haar na.
In Libië was het kwader kersen eten.
Kennedy wou een Berlijner zijn.

En de wereld draaide verder vierkant in het rond,
ondanks cent mille chansons van Frida Boccara.

Maar wij hadden ongecomponeerde noten
en klankkoortsige snaren.

Toen al.
Nu nog.

JORIS DENOO

MESSAGE IN A BOTTLE

MESSAGE IN A BOTTLE

Ja: hij zou met haar naar Schotland gaan.
Hoogten, bergen, dalen, stokers, monsters.
Dat was stellig beloofd heel lang geleden,
in het bronstijdperk van hun beschaving.

Loze woorden echter, dom gewauwel, dure eden.
Schots werd het gaandeweg en inderdaad,
ook scheef: geen druppel die nog overbleef
in de zee van liefde over welks baren hij ooit
varen zou, met haar, eindelijk en metterdaad.

Nee: op de schotsen van hun huwelijk
dronk hij zijn malts met regelmate
en doolde daardoor rond in alle staten,
helaas niet in het lang beloofde Schotland.
Onverdunde whisky kreeg de bovenhand.

Zo werd hij zelf een monster in zijn eigen loch,
een leugen waar zij niet meer in geloofde.
Zie: nadat hij zijn laatste fles had ontzield,
en de doodshik hem had geveld,
sprak zij tot hem, voor zijn steen geknield:

je enkele reis naar het eeuwig jachtveld
heb ik betaald met rinkelend statiegeld.
Nu jij er bent geweest, is het hier feest.
Eindelijk zit er schot in de zaak,
al is het met een wrange nasmaak.


De Cutty Sark voer toen uit met haar aan boord.
Nooit ofte nimmer is nog iets van haar gehoord.  

Joris Denoo

GOJ

GOEDE OUDE JORIS

(Het goj-kwaliteitslabel)

Oude Joris dronk goede rode wijnen.
Aan galg en rad ontsnapte hij,
ofschoon hij zwart en scherp verkoos
aangaande tint van zijn gemoed
en smaak van zijn gedachten.

Oude Joris pamperde zijn knoken
met mooie kleren, milde mosterd
en de juiste oliën uit de goede noten.
Prut was niet aan hem besteed.
Echte mortel vroeg zijn kathedraal.

Oude Joris trok zijn neus niet op voor vis.
Hetzelfde dient gezegd van centen.
Boter was zijn motto; de gladheid
van de aal droeg zijn voorkeur weg.
Hij werd een vinnige oude van dagen.

Oude Joris droeg zijn linkerhart
rustig tikkend door de jaren heen.
Hij was een tijdbom als eenieder,
maar leefde in gedoogzones
van kwaliteit en welbevinden.

Oude Joris bezat ook de boeken.
Uitgelezen stonden ze te kijk.
Hij bliefde nu geen letters meer,
maar hield ze zindelijk te boek.
Meer kon hij niet voor ze betekenen.

Oude Joris hield van wind en regen.
Ook dat aspect boeide hem zeer.
Onweer baarde hem geen grote zorgen.
Integendeel: gedonder en gewapper
waren voor hem het spetterende einde.

Oude Joris vond een zee ondersteboven
een woestijn en dit laatste landschap
dan weer omgekeerd een zee.
Idem dito voor de boomkruin en de wortel.
Wat je zegt, ben je zelf. Spiegels.

Oude Joris gaf in alle rust de geest.
Ontsnapt aan vuur- en waterproef.
Gekleed op zijn paasbest,
op een zeer goede vrijdag,
zijn hart verdeeld in links en rechts.

De boeken waren neergelegd.
Het motregende die dag.
Het meeste was volbracht.
Lucht en aarde zagen grijs.
Goede Oude Joris: goede reis.

Joris Denoo

DE ROZENTUIN IN KORTRIJK

DE ROZENTUIN IN KORTRIJK

In mijn oude zomer
bloeide een rozenstruik.
In mijn jongste zomer
bloedt een rozenstruik.

In de strakke blauwte bovenal
bidt een vliegtuig met gespreide vleugels.

Tijd stippelt hem uit.

Dan breekt het leenroerig tijdperk aan.
In de verte krult bloemkoolbewolking.
Boomkruinen beginnen te schuimen:
het einde van een wereld is in zicht.

En zie: reeds warmt de aarde op.
Straks ligt Kortrijk aan de zee.

Joris Denoo