BRING IN THE KLOONS

Bring in the kloons  

Joris Denoo is dood.
Het is niet te geloven:
Joris Denoo is dood.
Op zijn steen staat te lezen:
Zo, dat was het.
Lees maar. Er staat wat er staat.
Hij is echt van ons heengegaan.
Hier is dus een gedicht op zijn plaats.
Dicht is dicht, of wat dacht je?
Joris Denoo is dood.
Het is niet te geloven:
Joris Denoo is dood.
Hoe zullen we hem memoreren?
Alleszins in paasbeste kleren.
Tranen hoeven niet: hij is van ons
heengegaan als een indiaan.
Tevens was hij Grieks-orthodox,
purperen heiden en ei-zo-na heilig.
Hij hield van het lispelen van wind
in gebladerte van Russische bomen.
Ook Alaska droeg zijn voorkeur weg.
Eerlijkheid gebiedt ons te bekennen
dat Joris Denoo in een zeppelin woonde,
statenloos als hij altijd wilde zijn.
Hij passeerde constant alle staten,
leerde negen talen, zweeg in vier ervan,
maar koos uiteindelijk voor zijn eigen
State of Mind (hoofdstad: hart, weliswaar
gekooid in ribben, ook bloeddoorlopen):
not here, not there, but over there:
beyond the stars & stripes & milky way.
Anyway, Joris Denoo is dood.
Echt waar. Een Startrekker van formaat.
‘To boldly go where no man has gone before.’
Hij kende anagrammen, palindromen,
maar ook aan doodgewone dromen
wist hij niet altijd te ontkomen.
Een laatste droom, inktzwart van kleur,
heeft hij niet weten te beleven,
toen iemand (m/v) hem zei: ‘Baas,
neem een racecar, neem een Saab’.
Jammer voor Joris. O ja, nog iets:
hij haatte alliteraties.
En ook rijmen vond hij slijmen.
Dat sterven van Joris Denoo,
dat laat ons niet onberoerd.
We moeten er iets aan wijden:
grammatica, poëzie, een fles.
(Een single malt als het meevalt).
Want het is er eindelijk van gekomen.
Nou, van de dode niks dan goeds.
De kerel schreef, dat is geweten.
Een kort, maar beklijvend citaat
uit zijn werk: ‘We never sleep’.
Waar haalde hij dat vandaan?
Hij sliep verdomme zeer zelden,
inderdaad. Nu wel. Zeer zeker.
Leefde hij er op los? Men zegt zoveel.
‘Que sçay-je?’ zou hij zelf zeggen.
Wij weten het: hij leefde los-vast.
Zijn karige slapen was hooikoortsig.
Zijn kijken voltrok zich kleurenblind.
Zijn leven was hevig, stevig,
maar ergens wel ingetogen.
Zoveel deed zich aan hem voor.
Je moet het maar doen,
verdomme: zo zou hij het
ook hebben gezegd. Echt.
Eens op de planken, nu ertussen.
Het is niet te geloven,
maar Joris Denoo is dood.
Morsdood. Sleeps with the fishes.
Wat valt er nog te vertellen,
nu we hier allen samen zijn?
Soms werpt een lijstje licht op de zaak:
look, rook, verkeerde lieveheren,
whisky, kurken, boeken, passie,
storm, regen, oesters, het edele schaakspel,
vrouwen als vraagtekens, de Noordpool.
Valt hij te klonen, die Joris Denoo?
Niet met een dergelijk lijstje.
Waar is zijn eerste knuppelbeer heen gevaren?
Hield hij al vroeg van spelen met woorden?
Werd hij geboren met zijn hoofd van voren
of maakte hij zich vlug uit de voeten?
Heeft hij kar en paard gekend,
en dronken postbodes op Nieuwjaardagen?
Wie zal het zeggen,
wie zal het zwijgen?
We blijven alsnog in diepe rouw gedompeld.
Want Joris Denoo valt niet te klonen.
O, voor we het vergeten:
we moeten nog een knop indrukken.
Het was zijn laatste wens.
Hij heeft zelf op twee gedachten gehinkt:
‘Wat zal ik ze bij mijn verscheiden laten horen:
orthodoxe kerstkoren of iets van Iggy Pop?’
(We kennen inmiddels zijn aversie voor rijmen).
En hier lezen we, in inktzwarte inkt:
‘Leg maar Iggy Pop op,
de man is ook half verminkt’.
Ach, Joris Denoo, sta ons deze oneliner toe:
orthodox, paradox, de X van X-file
of grote onbekende: Lust for Life.
Oké: dat anagram is je laatste streek,
tevens alliteratie van bepaald allooi.
En nu we hier dansen op je graf
maken we het karwei helemaal af.
We dachten zo, tussendoor:
als jij vertrekt naar het rijk van de doden
hopen we op je rouwbericht geen tekst
aan te treffen van Anton Van Wilderode.
Dat is al zo vaak gedaan.
We zijn blij dat je zelf wat hebt geschreven,
bij volle verstand en nog blakend van leven.
We lezen bij dezen voor alle erfgenamen:
‘Nu ik lig in een kist
voor altijd vermist
wil ik jullie laten weten
wat ik altijd al wist:
ik had te hartelijk lief.
Vandaar deze brief.
Ik wil mijn kinderen
niet langer hinderen
door overtollige ouderdom.
En ergens in een vouw
in de rok van het sterrendom
wacht ik als kruimeldief
op mijn alles begrijpende vrouw,
want haar heb ik hartelijker lief’.
Voorwaar: Elsschot, Nahon,
Gezelle of Van Wilderode
hadden van jou kunnen leren
hoe ze woorden onder elkaar
konden parkeren en achterklap
propageren tot rijmen die rijmen.
Je bent een kraan, Joris Denoo.
Bij dezen weze je naam geprezen.
Hij zweemt om de lippen
van elkeen die stopt met roken.
Je gaf de pijp aan Maarten,
maar die weet niet goed wat te doen.
En, à propos: dat kort geding
dat je God de Vader wou aanspannen,
komt dat in kruiken en kannen?
Heb je dat al achter de boeg,
of was je weer een dag te vroeg?
Joris Denoo is dood.
Het is niet te geloven:
Joris Denoo is dood.
Volgend jaar komen we hier weer.
Wedden dat er dan op zijn steen
staat te lezen:
Ik ben verrezen!

Advertenties