ZWEETDOEK

ZWEETDOEK

TRIPTIEK VAN EEN VLAAMSE PRIMITIEF

 

De navel van de fiets

Staande voor dit werk met verve
– zij het de beweging van het maaien,
zij het de vliedende kracht
van een velodroom –
denk ik aan zesdaagsen,
aan een reis of aan een zeis.

Wat spaak loopt
vermaalt de zon tot splinters.

Oneindig maal tweemaal nul
is gelijk aan helemaal niets.
Maak dat de fiets diets.

Schilderen:
de chasse patate naar roem.

Beide.
Nietwaar,
Rogier van der Weyden?


De curve van de bal

Een hoek die stilhoudt in een veld.
Finishfoto van gestold gebrul,
met achterlating van klank en kleuren.
De parabool van een hoekschop
die weer inswingend
de toegestane ruimte botviert
vanuit dat stateloze vlaggenstokje.

Schilder de bal voor doel.

En dan alles op het canvas
weer duwend trekkend
in beweging brengt.

En zweet,
deze dwingeland op doek.

Koortskrom.
Nietwaar,
Preud’homme?


De spreidstand van de netnimf

Daar breekt alweer een acetijd aan
voor de tegenstander.
Over zoveel mazen van het net.
In de hitte van Down Under
of de regen van Garros.

Daar heb je niet van terug.

Doe niet aan balbezit maar kneed hem
tot hij vogel kogel wordt.
Mik naar Kim, wederzijds,
met je beste backhand.

Maar de vrouw aan de overkant
vangt hem in haar spreidstand.
Een meesterwerk.

Grand slim.
Nietwaar,
Kim?

Joris Denoo

 

MANNEN, TIBET

MANNEN, TIBET

Mannen klimmen op bergen
en vrouwen. Dalend zijn ze
verslagen. Veroveren doen ze:
iets waar ze op kunnen, of in.

Geef ze de leegte en ze maken die
vol met verse leegte: kanon,
penis, booreiland, politiek.
Er schort niets aan berg en vrouw.

Mannen: momenten om op te schorten,
mammoets die aldoor sterven,
monumenten in verzekerde bewaring,
vergissing van god, ook al een niet-vrouw.

Na ampele expertise treft men
een hart aan, dat pompstation
dat vet & alcohol & nicotine
probeert te vertalen in begrip.

Het blijft helaas bij hijgen.
Na beven en geven komt krijgen.
Mannen zijn krijgers, zwaaiend
met wapens bij vuren en vrouwen.

Tussen de lakens worden ze vloeibaar.
Een vulkaan kunnen ze niet aan.
Subtropisch, arctisch, pieken, dalen:
mannen kunnen zelfs Tibet niet aan.

Joris Denoo

ITIZEN & ANACOND

ITIZEN & ANACOND                                                                                      

Stadsdreun zonnetril oogspanning boomdruis
Rooklicht dakenvlam krengloop onweer op til
Heet heet heet heet heet heet heet heet
Itizen zweet zozeer dat hij zowaar vergeet
Het mooie ding – ping ping! – voor Anacond

Lijven wolken damp de zomertreinen beven
Anacond standvastig beeld onder ventilator
Wijl Itizen op pad dat cadeau dat cadeau
Dat cadeau alsmaar zo hard herhaalt
Dat herhaling dat verdomde ding smelten doet

Itizen te veel Tw te veel Fb likes onderweg
& wordt geliked en afgeleid van ware
Zaken – ping ping! – en dorst naar drinken
Daar dan wat in verzinken prettig wederzien
De zon de zon zo hevig en zo heftig – vlucht!

Boem boem krak boem knetter knetter
Serpentinewapper donderreutel cityuation!
Pauken van boosheid verblind door laslicht
Vlucht vlucht vlucht voor gedruppel
Weldra penetrante percussie van regen

De city sist en haast en pruttelt tegen
Witlicht gevat in klemvast loodzwaar grijs
Anacond haalt horren – onweerparfum – weer
Uit & plotseling flitse Itizen message sent
Alle duivels hel tempeest en sintels!

Kadaverende hond van Anacond huilt
Onder hagelslag knettergek gemekker
Van een god (God?) Anacond nipt van
Een flestiek waar blijft-ie godverdomd?
En bovenal: waar blijft het ding – ping ping! –

Fiolen van toorn hoornen van gramschap
Dit is het einde brandwonden zevende graad
Itizen tot zijn eigen as herleid herhaald herinnerd
& Anacond  – ping ping! – een plasje verlangen
op de middenstip van deze ondermaanse magnetron.

Het afscheid betrof nochtans dat kleine ding.
Ping-ping.

Joris Denoo

MEMORY LANE

MEMORY LANE

 
Toen Hongarije nog oud was,
en Victor Vandewiele doodviel op zijn veld,
en Charles Declercq de ene na de andere
sigaret zonder filter onbekommerd oprookte,
toen woonde ik in een doodlopende straat
en waande ik me een Oude Hein met een lamp
die mensen hielp om niet in putten te vallen.
Er waren ononderbroken wegenwerken in mijn hoofd.
Bij nacht en ontij was ik een baken.

Ondertussen heb ik Hongarije gezien: een dumpzaak.
Vandewiele pleegde eigenlijk zelfmoord,
en Declercq kreeg een verdomd laffe kanker.
De spoorwegboom is nog altijd neergelaten:
een stommiteit van in het steentijdperk,
toen de mensen nog slim waren, dacht ik.
Dagelijks loop ik weer als kind door die straat
in mijn hoofd: gevaarlijke hond!, houtzagerij,
regen, gerinkel van glas in een boodschappentas.

Ik had die straat niet zeer hartelijk lief.
Het was mijn Hongarije, lijdensweg en fuik.
En wat ze verborgen hield voor de dichter
en dromer in mij: een Fransman die zerken kapte,
een koppel overlevende joden, twee vrouwen aan de drank,
een hoedenmaakster en een hoer, een blinde,
een mager dood meisje in een sportwagen.
En ten slotte ikzelf, vastgebonden aan een schooltas,
die altijd Sans Famille dacht te zijn.

Het is een straat die van geen ophouden weet.

Joris Denoo

HARLEY BABYSON

HARLEY BABYSON

Je moet er jaren
voor sparen voor je hem tus-
sen je knieën hebt.

Joris Denoo

(Een vingerhoed poëzie gebloemleesd uit Verlichte Gedichten (uitg. Acco Leuven/Den Haag) t.g.v. World Poetry Day 21/03/17)

 

THEE VOOR TWEE

THEE VOOR TWEE                                                       

Dorothea Macintosh.
We drinken gemberthee.
Gezellig met z’n twee.
Dorothea Macintosh.
De kille wind huilt buiten
Om de luiken en de ruiten.
Dorothea Macintosh.
Hoe vreedzaam is het hier
Op dit stille eiland schier.

Wat zie je in de gemberthee,
Mijn wereldwijze winterfee?
Ontwaar je weer die troep
En lijkt het andermaal op soep?
Smaakt het zurig of pikant?
Naar tongzoen of vijand?

Goede gemberthee met z’n twee.
Dorothea Macintosh en ik.
Een onlosmakelijk verbond
Met smakelijke ondergrond.
Het is oorlog in het buitenland.
Tea for two en tand om tand.

Lieve Dorothea Macintosh.
Toont je thee ons nu de toekomst?
De halve wereld lijkt wel stoned.
De nevels van de dampkring
Zijn met oorlogszuur verweven.

Lieve Dorothea Macintosh.
Mijn wereldwijze winterfee.
Ik toost je toe en zeg ‘santhee’.

Joris Denoo

FOX POPULI

FOX POPULI

 

Ik wandel met de windhond.
Het is een weer om ons niet
door te jagen, een stukje vaderland
te bekijken, voortgetrokken door een beest
dat mij aan het lijntje houdt.

Wat is België mooi in november!
Zijn akkers, makkers, zijn doden,
en niet te vergeten de wind
over die akkers die naarstige
boeren toebehoren, en bloemen.

‘Landman’ zou de dichter zeggen,
en ‘noest’. Ik zeg alleen maar
‘koest!’. Want daar komt een
kleinere hond die een mindere man
aan het sleuren is. Voorwaar:

België is een land van strakke lijnen,
in november, en dat geldt zowel
voor de kleinen als voor de mijnen.
Wie hapt het eerst? Wat knapt?
Welk beest is ’t vlugst ontsnapt?

Joris Denoo

BALLADE VAN DE APPELSCHUDDER

BALLADE VAN DE APPELSCHUDDER

 

Zij hing in de Boom der Kennis te bungelen.
Een kus van de appelschudder streelde de stam,
maar niet de takken die haar kraak en net
gevangen hielden in hun röntgengreep.

Zij had opgehouden te bestaan.

De Boom stond er tegen Beter Weten in.
Hij wou die Mens helemaal niet schorsen.
Jaarringen, ja, maar geen strakke strik
om het vlees waar het lijf het dunst is
ter hoogte van de snik
en de stamboom het bestaat op te houden.

Toen men ter plekke afstapte
(drie, vier beroepen uit de levende wereld)
en scherper toezag, geholpen door instrumenten,
ontdekte men geen oorzaak.

Tot er eindelijk iemand naar omhoog keek:
de Boom had al zijn bladeren losgelaten.
Na de appelschudder kwam oostenwind,
weet je wel.

Joris Denoo

 

 

BALLAD OF THE BOTTLE

 BALLAD OF THE BOTTLE
Ja: hij zou met haar naar Schotland gaan.
Hoogten, bergen, dalen, stokers, monsters.
Dat was stellig beloofd heel lang geleden,
in het bronstijdperk van hun beschaving.

Loze woorden echter, dom gewauwel, dure eden.
Schots werd het gaandeweg en inderdaad,
ook scheef: geen druppel die nog overbleef
in de zee van liefde over welks baren hij ooit
varen zou, met haar, eindelijk en metterdaad.

Nee: op de schotsen van hun huwelijk
dronk hij zijn malts met regelmate
en doolde daardoor rond in alle staten,
helaas niet in het lang beloofde Schotland.
Onverdunde whisky kreeg de bovenhand.
Zo werd hij zelf een monster in zijn eigen loch,
een leugen waar zij niet meer in geloofde.

Zie: nadat hij zijn laatste fles had ontzield,
en de doodshik hem had geveld,
sprak zij tot hem, voor zijn steen geknield:

Je enkele reis naar het eeuwig jachtveld
heb ik betaald met rinkelend statiegeld.
Nu jij er bent geweest, is het hier feest.
Eindelijk zit er schot in de zaak,
al is het met een wrange nasmaak.

De Cutty Sark voer toen uit met haar aan boord.
Nooit ofte nimmer is van haar nog iets gehoord.

Joris Denoo

HUSKY

Husky

Sneeuwlicht in de doka van zijn hoofd.
Hij ontwikkelt eenzaamheid & verte.
Op het volstrekte wit van nacht
weegt zwaar het donker van een dag.

Zo onomwonden deze Isegrim
in een wintercirkel woont,
zo bestaat des mensen lichtkring
uit doodgevroren kinderen zonder ijspret.
Verstarde trek. ‘To boldly go’.

De hond kauwt op zijn lijn
en dagenlang daarna dolt hij
in het zenit van zijn eenzaamheid
de verte die hij zelf geschapen had
ver voorbij.

Joris Denoo