MEMORY LANE

MEMORY LANE

 
Toen Hongarije nog oud was,
en Victor Vandewiele doodviel op zijn veld,
en Charles Declercq de ene na de andere
sigaret zonder filter onbekommerd oprookte,
toen woonde ik in een doodlopende straat
en waande ik me een Oude Hein met een lamp
die mensen hielp om niet in putten te vallen.
Er waren ononderbroken wegenwerken in mijn hoofd.
Bij nacht en ontij was ik een baken.

Ondertussen heb ik Hongarije gezien: een dumpzaak.
Vandewiele pleegde eigenlijk zelfmoord,
en Declercq kreeg een verdomd laffe kanker.
De spoorwegboom is nog altijd neergelaten:
een stommiteit van in het steentijdperk,
toen de mensen nog slim waren, dacht ik.
Dagelijks loop ik weer als kind door die straat
in mijn hoofd: gevaarlijke hond!, houtzagerij,
regen, gerinkel van glas in een boodschappentas.

Ik had die straat niet zeer hartelijk lief.
Het was mijn Hongarije, lijdensweg en fuik.
En wat ze verborgen hield voor de dichter
en dromer in mij: een Fransman die zerken kapte,
een koppel overlevende joden, twee vrouwen aan de drank,
een hoedenmaakster en een hoer, een blinde,
een mager dood meisje in een sportwagen.
En ten slotte ikzelf, vastgebonden aan een schooltas,
die altijd Sans Famille dacht te zijn.

Het is een straat die van geen ophouden weet.

Joris Denoo

Advertenties

HARLEY BABYSON

HARLEY BABYSON

Je moet er jaren
voor sparen voor je hem tus-
sen je knieën hebt.

Joris Denoo

(Een vingerhoed poëzie gebloemleesd uit Verlichte Gedichten (uitg. Acco Leuven/Den Haag) t.g.v. World Poetry Day 21/03/17)

 

THEE VOOR TWEE

THEE VOOR TWEE                                                       

Dorothea Macintosh.
We drinken gemberthee.
Gezellig met z’n twee.
Dorothea Macintosh.
De kille wind huilt buiten
Om de luiken en de ruiten.
Dorothea Macintosh.
Hoe vreedzaam is het hier
Op dit stille eiland schier.

Wat zie je in de gemberthee,
Mijn wereldwijze winterfee?
Ontwaar je weer die troep
En lijkt het andermaal op soep?
Smaakt het zurig of pikant?
Naar tongzoen of vijand?

Goede gemberthee met z’n twee.
Dorothea Macintosh en ik.
Een onlosmakelijk verbond
Met smakelijke ondergrond.
Het is oorlog in het buitenland.
Tea for two en tand om tand.

Lieve Dorothea Macintosh.
Toont je thee ons nu de toekomst?
De halve wereld lijkt wel stoned.
De nevels van de dampkring
Zijn met oorlogszuur verweven.

Lieve Dorothea Macintosh.
Mijn wereldwijze winterfee.
Ik toost je toe en zeg ‘santhee’.

Joris Denoo

FOX POPULI

FOX POPULI

 

Ik wandel met de windhond.
Het is een weer om ons niet
door te jagen, een stukje vaderland
te bekijken, voortgetrokken door een beest
dat mij aan het lijntje houdt.

Wat is België mooi in november!
Zijn akkers, makkers, zijn doden,
en niet te vergeten de wind
over die akkers die naarstige
boeren toebehoren, en bloemen.

‘Landman’ zou de dichter zeggen,
en ‘noest’. Ik zeg alleen maar
‘koest!’. Want daar komt een
kleinere hond die een mindere man
aan het sleuren is. Voorwaar:

België is een land van strakke lijnen,
in november, en dat geldt zowel
voor de kleinen als voor de mijnen.
Wie hapt het eerst? Wat knapt?
Welk beest is ’t vlugst ontsnapt?

Joris Denoo

BALLADE VAN DE APPELSCHUDDER

BALLADE VAN DE APPELSCHUDDER

 

Zij hing in de Boom der Kennis te bungelen.
Een kus van de appelschudder streelde de stam,
maar niet de takken die haar kraak en net
gevangen hielden in hun röntgengreep.

Zij had opgehouden te bestaan.

De Boom stond er tegen Beter Weten in.
Hij wou die Mens helemaal niet schorsen.
Jaarringen, ja, maar geen strakke strik
om het vlees waar het lijf het dunst is
ter hoogte van de snik
en de stamboom het bestaat op te houden.

Toen men ter plekke afstapte
(drie, vier beroepen uit de levende wereld)
en scherper toezag, geholpen door instrumenten,
ontdekte men geen oorzaak.

Tot er eindelijk iemand naar omhoog keek:
de Boom had al zijn bladeren losgelaten.
Na de appelschudder kwam oostenwind,
weet je wel.

Joris Denoo

 

 

BALLAD OF THE BOTTLE

 BALLAD OF THE BOTTLE
Ja: hij zou met haar naar Schotland gaan.
Hoogten, bergen, dalen, stokers, monsters.
Dat was stellig beloofd heel lang geleden,
in het bronstijdperk van hun beschaving.

Loze woorden echter, dom gewauwel, dure eden.
Schots werd het gaandeweg en inderdaad,
ook scheef: geen druppel die nog overbleef
in de zee van liefde over welks baren hij ooit
varen zou, met haar, eindelijk en metterdaad.

Nee: op de schotsen van hun huwelijk
dronk hij zijn malts met regelmate
en doolde daardoor rond in alle staten,
helaas niet in het lang beloofde Schotland.
Onverdunde whisky kreeg de bovenhand.
Zo werd hij zelf een monster in zijn eigen loch,
een leugen waar zij niet meer in geloofde.

Zie: nadat hij zijn laatste fles had ontzield,
en de doodshik hem had geveld,
sprak zij tot hem, voor zijn steen geknield:

Je enkele reis naar het eeuwig jachtveld
heb ik betaald met rinkelend statiegeld.
Nu jij er bent geweest, is het hier feest.
Eindelijk zit er schot in de zaak,
al is het met een wrange nasmaak.

De Cutty Sark voer toen uit met haar aan boord.
Nooit ofte nimmer is van haar nog iets gehoord.

Joris Denoo

HUSKY

Husky

Sneeuwlicht in de doka van zijn hoofd.
Hij ontwikkelt eenzaamheid & verte.
Op het volstrekte wit van nacht
weegt zwaar het donker van een dag.

Zo onomwonden deze Isegrim
in een wintercirkel woont,
zo bestaat des mensen lichtkring
uit doodgevroren kinderen zonder ijspret.
Verstarde trek. ‘To boldly go’.

De hond kauwt op zijn lijn
en dagenlang daarna dolt hij
in het zenit van zijn eenzaamheid
de verte die hij zelf geschapen had
ver voorbij.

Joris Denoo